FeNESTRA bvbaWie zijn we?Contact

Goto English website

HomeAanbodEOI ConsortiumRed Monkey®ReferentiesEOI Gazette

EOI Concept'Bezielers'SchrijfselsKraaiennestWoordenboek

Woorden

Boekwoorden

 
 
 

 

Woorden uit het boek

Hieronder vind je 'woorden' gebruikt in het boek 'Het herexamen van een managementgeneratie'.

Elkaar begrijpen start met een gemeenschappelijk begrip over de gebruikte woorden.


bedrijfscultuur: verzameling van middelen met als doel iets te produceren; bedrijven hebben geen cultuur maar zijn een cultuur; managers zijn eindverantwoordelijk voor het ontstaan en overleven van bedrijfsculturen.

cast-coach: duidt op één van de vaardigheden van de competence manager; de cast-coach verzorgt de rolbezetting in een team of de organisatie; hij stimuleert natuurlijke jobrotatie waarbij gestreefd wordt naar maximale leerspanning.

chaotische organisatie: een organisatie die gekenmerkt wordt door een chaotisch lijkende hoeveelheid aan veranderingen; de veranderingen richten zich naar het realiseren van de corporate shared vision.

collectieve intuïtie: als team de vaardigheid bezitten om, gebaseerd op ieders intuïtie, de juiste beslissingen te nemen; deze vaardigheid helpt teams en organisaties om een visie te ontwikkelen.

communities of practice: netwerken van mensen die vanuit eenzelfde interessegebied informatie uitwisselen; deze communities zijn hefbomen voor het leervermogen van elke deelnemer in het netwerk.

company shared vision: visie op de toekomst die ondersteund wordt door alle teams en alle medewerkers.

competence manager: manager die er op een professionele manier in slaagt om de vaardigheden van de leider, de cast-coach, de info-coach en de investor te beheersen.

competent: iemand is competent als hij de vereiste kundigheden bezit en bevoegd is om deze te gebruiken.

competente organisatie: een organisatie die gemanaged wordt door competence managers; een organisatie die beschikt over HRM systemen en processen die competence managers en competente medewerkers ondersteunen; een organisatie die de eigenschappen bezit van een intuïtieve, een post-it, een irrigerende en een chaotische organisatie.

competitie: reeks van wedstrijden waar iedere deelnemer tegen alle andere uitkomt; je kan enkel blijven deelnemen als je competenter blijft dan je tegenspeler.

corporate change agency: een team dat de competentie bezit om de management-paradox te doorbreken; focusseert zich op het waarborgen van competence management en de reengineering van de HRM-afdeling.

dynamisch vermogen: vermogen om iets te veranderen; gelijk aan het product van de snelheid en de kracht waarmee de veranderingen worden doorgevoerd.

hert: virtueel orgaan dat de drijvende kracht vormt achter ons bestaan; naamwoord ontstaan uit het samenvoegen van hersenen en hart; is verantwoordelijk voor onze leerspanning.

info-coach: duidt op één van de vaardigheden van de competence manager; ontwikkelt de informatiestromen en de leerkundigheid in een organisatie.

informatiestroom: immateriële grondstof die gebruikt wordt voor het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en gedrag.

intuïtie: vaardigheid om de juiste beslissingen te nemen op basis van onvoldoende informatie.

intuïtieve organisatie: een organisatie die op een intuïtieve manier haar visie op de toekomst ontwikkelt; moet niet alles in feiten en cijfers hebben, zorgt zelf voor de feiten en de cijfers.

investor: duidt op één van de vaardigheden van de competence manager; ontwikkelt de informatiestromen en de leerkundigheid in een organisatie.

irrigerende organisatie: een organisatie waar medewerkers leerkundig zijn en vrije toegang hebben tot informatiebronnen.

i-team: medewerkers worden gemanaged door een technisch manager; elke medewerker wordt individueel opgevolgd; het puntje op de i staat voor de korte maar formele afstand tussen medewerkers en manager.

Jeff's Law®: een wetmatigheid die het veranderingsvermogen van bedrijven of medewerkers weergeeft.

kompas met vijf richtingen: een instrument dat gebruikt kan worden om de richting te vinden waarin medewerkers, managers en organisaties zichzelf dienen te ontwikkelen om hun veranderingsvermogen te vergroten; gebaseerd op Jeff's Law®.

kundigheden: rijkdom aan kennis, vaardigheden en gedrag waarover iemand beschikt.

leerkundigheid: vaardigheid van mensen om informatie te vinden en te verbruiken; mensen vergroten hun leervermogen als ze hun leerkundigheid ontwikkelen.

leerrendement: de efficiëntie waarmee leervermogen wordt omgezet in veranderingsvermogen; de grootte van het leerrendement wordt mede bepaald door de materiële investeringen.

leerritme: de frequentie waarmee mensen informatie verbruiken om nieuwe kennis, vaardigheden en gedrag te ontwikkelen; mensen met een hoge leerspanning hebben een hoog leerritme.

leerspanning: een bijna fysische spanning op onze hersenen; hoe groter de spanning, hoe groter de hunker naar informatie.

leervermogen: vermogen van mensen om hun kundigheden te ontwikkelen; de grootte wordt bepaald door de grootte van de leerspanning, de leerkundigheid en de beschikbaarheid van informatie.

leider: duidt op één van de vaardigheden van de competence manager; is de sturende kracht achter de gemeenschappelijk visie.

lerende organisatie: een competente organisatie die door middel van haar leervermogen en veranderingsvermogen in staat is om haar eigen toekomst te bepalen.

levenskundige reactie: een onverklaarbare reactie tussen onze kennis, vaardigheden en gedrag. Op dat moment gaan we niet enkel automatismen of paradigma’s opbouwen om te overleven, maar beginnen we eveneens te dromen over de toekomst.

levensverwachtingen: onze verwachtingen voor het leven; onze zelfgestelde levensdoelen; mensen met uitdagende levensverwachtingen beschikken over een gezond hert.

l-team: medewerkers worden gemanaged door een technisch manager; de manager maakt niet echt deel uit van het team; door teamdoelstellingen wordt het veranderingsvermogen van het team verhoogd; de 'l' duidt op de grotere afstand tussen team en manager.

management-paradox: het dilemma waarvoor technische managers geplaatst worden om de bedrijfscultuur te laten evolueren naar competence management omdat dit hun eigen voortbestaan in gevaar brengt.

marktvermogen: de kracht en de snelheid waarmee producten en diensten in een bepaalde markt veranderen; bedrijven die in competitie zijn op een zelfde markt worden vergeleken op basis van hun marktvermogen.

natuurlijke informatiestroom: de informatiestroom die stroomt als een gevolg van het leervermogen van mensen met een hoge leerspanning.

natuurlijke jobrotatie: mensen met een hoge leerspanning zijn steeds op zoek naar rollen die tegemoet komen aan hun levensverwachtingen. Dit resulteert in een natuurlijke jobrotatie. De jobrotatie komt tot stand op een ongedwongen, natuurlijke manier.

neuron: basisbouwsteen van de hersenen.

o-team: medewerkers worden gemanaged door een competence manager; de manager maakt deel uit van het team; de 'o' duidt op de versmelting van manager met medewerkers.

overleveringsgericht leren: mensen leren om levenverwachtingen te realiseren; het leervermogen wordt gebruikt om veranderingen te realiseren die kunnen worden overgeleverd aan anderen.

overlevingsgericht leren: het leren wordt gedomineerd door de wil om te overleven in een bepaalde omgeving.

paradigma: tijdens het leerproces worden denkkaders ontwikkeld die zo sterk zijn dat ze ons zicht op onze omgeving beïnvloeden; te sterke paradigma's houden ons onbewust incompetent.

paradigmadoorbrekend: het vermogen bezitten om te breken met bepaalde paradigma's; mensen die paradigmadoorbrekend denken stellen hun eigen denkkaders in vraag;

post-it organisatie: een organisatie die erin slaagt om medewerkers te benaderen als post-it's; medewerkers kunnen van rol veranderen zonder kans op beschadiging; min-presteren wordt eerst benaderd als een mogelijke mis-casting.

reengineering: het herdenken van de werking van een bedrijfscultuur met als doelstelling het verhogen van de competentie; reengineering is gestart met de beste bedoelingen maar de paradigma's van het technisch management hebben ervoor gezorgd dat de doelstellingen niet werden bereikt.

re-reengineering: herdoen van de reengineering; eerst zorgen voor competence management, dan voor competente medewerkers en dan voor competente producten en diensten.

self-casting: het zelf op zoek gaan naar de juiste rol; mensen gedreven door een overleveringsdrang, zorgen ervoor dat ze kunnen evolueren naar een rol waarin ze hun levensverwachtingen kunnen realiseren.

self-empowerment: het zelf investeren in levensverwachtingen; mensen met meerdere levensverwachtingen slagen erin om de beschikbare middelen op een gezonde manier te verdelen over de verschillende verwachtingen.

self-informing: zichzelf informeren; leren leren ontwikkelt de leerkundigheid en daardoor de mogelijkheid om zichzelf te informeren.

self-leadership: de mogelijkheid om voor zichzelf een toekomst uit te stippelen; mensen met een hoge mate aan self-leadership hebben een grote drang tot creatie.

symbiotische organisatie: een organisatievorm waarbij gestreefd wordt naar een win-win situatie voor alle partijen; vertrekkende vanuit Jeff's Law® is er enerzijds een samenwerkingsverband om samen iets te creëren en anderzijds een verband om samen te leren.

technisch management: een managementstijl die gebaseerd is op technische kennis; de manager bezit de technische competentie en vanuit deze competentie managet hij zijn medewerkers; is een stijl die efficiënt kan zijn, maar in omgevingen die gekenmerkt worden door snelle veranderingen en kennisontwikkeling tekort schiet.

veranderingsvermogen: het vermogen om met een bepaalde snelheid en kracht veranderingen te introduceren; bedrijven of medewerkers met een hoog veranderingsvermogen slagen erin om continu nieuwe of veranderende producten en diensten op de markt te brengen.

visie: is een intuïtief, paradigmadoorbrekend mentaal beeld van een gewenste toekomst.

visievermogen: mensen met een groot visievermogen hebben voldoende intuïtie en mentale 'kracht' om continu hun visie op de toekomst aan te passen.

zichtvermogen: het vermogen dat het je mogelijk maakt om je omgeving paradigmadoorbrekend waar te nemen.

De zijlijn

EOI Online Community Platform

Afname EOI Renewal Index

Invullen EOI Evaluatieformulier

EOI VoiceChat Room 1

 

 


Graag geef ik wat meer aandacht aan de woorden die we gebruiken als we praten over organisatieontwikkeling.

Woorden opzoeken in een woordenboek stimuleert niet alleen de creativiteit maar het brengt ook duidelijkheid over wat we nu juist bedoelen.

Woordenboeken zijn een inspiratiebron die we te dikwijls vergeten aan te boren.
 

 
 
 

 

© FeNESTRA bvba

Your window on chaos

     
 

© Copyright FeNESTRA, Herentals
Alle rechten voorbehouden